Blogs,  Ervaring van ouders

Boy or girl

Vanmiddag is de twintig-weken-echo. Super spannend, want we zijn heel benieuwd of het kleine wondertje in mijn buik een jongen of meisje is. Natuurlijk maakt het niet uit, als het maar gezond is. Maar als je week in, week uit te horen krijgt dat ‘het vast een jongen is dit keer’, nadat je vertelt over een totaal andere zwangerschap, dan begin je toch een beetje te dromen.

Ik ben van het type dat regelmatig even een momentje heeft met de baby, door mijn hand op de buik te leggen en een kort praatje te hebben samen. In gedachten dan. Het grappige was dat ik het lastig vond om me voor te stellen dat het een jongetje was. Want zoete benamingen als ‘lieve kleine schat’ voelden ineens niet meer zo passend. Blijkbaar kloppen stoere woorden daar beter bij voor mijn gevoel.

Zo niet genderneutraal denkend ben ik. Nu vraag ik me sowieso af hoeveel mensen er zijn die van nature wel zo denken én vraag ik me ook af of dat wenselijk is, maar toch… een opvoeding die de eigenheid van een kind respecteert en ruimte geeft, vind ik wel belangrijk.

Het is nogal een grote stap van dromen over een eventuele jongen naar denken over gender. Soms werkt het blijkbaar zo in mijn hoofd. Ook omdat ik in het gesprek met mijn man merkte dat we een aarzeling voelden over een eventuele jongen. Zijn wij wel jongensouders? Wat natuurlijk de vraag op wierp: wat zijn jongensouders? En wat hebben we dan dus voor gedachten over hoe jongens zijn?

Het bleek terug te voeren op een ‘dingetje’ uit mijn jeugd. Ergens had ik een duidelijk beeld van stoer en mannelijk meegekregen. Het stond voor spieren, voor wijdbeens zitten en het tegendeel bestond uit ‘watje’ en ‘nerd’. (Misschien zit daar een stukje pijn voor hen die zo vechten voor genderneutrale opvoeding).

‘… een duidelijk beeld van stoer en mannelijk meegekregen.’

De man waar ik uiteindelijk verliefd op werd, was absoluut stoer, maar wel op een totaal andere manier. Hij zat wel met zijn benen over elkaar als hij daar zin in had, hij had er geen moeite mee om ‘nerdige’ dingen te doen en hij was niet bang om zijn mening te geven. Hij was sterk en zelfverzekerd. Dat botste soms in mijn hoofd.  

Misschien is onze angst en onze ‘allergie’ als ouders wel om een zoon te hebben, die zijn identiteit puur uit spieren, een sixpack en uiterlijk haalt. Maar dat is geen karakter, dat ontstaat vanuit onzekerheid. En onzekerheid is iets om liefde en aanvaarding te geven, ook als onze eventuele zoon daarmee te maken krijgt (wat op zich niet gek is in een wereld die spieren, sixpack en stereotypen ook nogal promoot).

Stiekem hoop ik dat onze baby (mocht het een zoon zijn), met welk karakter hij ook geboren wordt, in ieder geval een beetje op zijn vader lijkt. Ik hoop dat hij de buitenkant niet nodig heeft (maar daar ook geen problemen mee heeft, want met spieren en een krachtig uiterlijk is niets mis) en dat hij zijn benen over elkaar slaat wanneer hij daar zin in heeft.

Misschien zit echte stoerheid van binnen.

Ondertussen is deze blog al weer oud nieuws en zijn we al 21,5 weken op weg. We weten dus of de fabel van ‘andere zwangerschap is ander geslacht’ bij ons klopt.

Please follow and like us:

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.