Blogs

Monsterlijke reus

Dit artikel is verschenen op www.geloofinhetgezin.nl en in het contactblad van de CGK: Vrouw.

Onze kinderen zijn de nieuwe generatie, geboren met mobiel en Ipad in de hand. Screenagers, Google Kids. Ze zijn sneller dan wij, weten meer over de digitale wereld en lopen in veel opzichten voor ons uit. Ze kennen apps, waar wij nog nooit van hoorden. Ze gebruiken termen, die wij intikken op onze mobiel (of opzoeken in een woordenboek, om er dan achter te komen dat ze nog niet bestaan).

De digitale wereld kan eng zijn. Zo eng, dat we ons haasten om er ook deel van uit te maken. We zoeken controle, lezen erover, googelen enge woorden als sexting, grooming en exposed worden. We gaan zelf op Instagram en als we na een jaar ontdekken dat de kinderen alweer een platform verder zijn, schuiven we mee.

Als schrijver van het platform Seksuele vorming vond ik al langer dat ik iets met social media moest. Het is nu eenmaal nauw verweven met de seksuele ontwikkeling. Maar ik stelde het uit, zei dat ik wel mee zou gaan met de ontwikkeling van mijn kinderen, smoesde dat ze nog klein waren en dat dit nog ver van hun en ons bed was.

En daarnaast… waar moest ik ooit beginnen? Ik voelde me als David tegenover Goliat. De digitale wereld voelde als een reus: eng, groots en niet te overzien. Daarnaast zou alles wat ik ontdekte al verleden tijd kunnen zijn, zodra ik het gelezen had. De reus veranderde namelijk elke keer van gedaante; de slimmerd.

Toen liep ik tegen een cursus aan, die me beloofde dat ik ‘Mediawijze opvoeder’ kon worden. Dat leek me wel wat. Ik schreef me in en op vijf woensdagavonden lag ik onderuit op de bank – sja, corona – en luisterde naar de cursusleiders.

Wat deden zij met de monsterlijke, reusachtige digitale wereld?

De cursus was in meerdere opzichten een verrassing, maar de grootste verrassing was wel dat mijn gezichtspunt veranderde. Als jongerenwerkers, dagelijks in contact met generatie Z, daagden ze mijn visie uit. Hoezo monsterlijke reus? En als dat klopt, hoe ga jij er dan mee om?

Daar hadden ze een punt. En ik kon ze eerlijk vertellen, dat ik daar wel eens wakker van lag. Als de dag weer gevuld was met veel te veel telefoonontgrendelingen. Als ik ’s avonds als een zombie mijn vinger over het scherm had laten schuiven om nietszeggende berichten op Facebook en Instagram te bekijken, niet in staat om te stoppen. Als ik de meiden had genegeerd, omdat ik zo nodig even moest appen.

‘Als de dag weer gevuld was met veel te veel telefoonontgrendelingen…’

Dus ja… ik vond mijn mobiel en laptop voor mezelf ook monsterlijk. En ik vond eigenlijk ook dat ik ermee moest kappen, dat ik er minder tijd mee door moest brengen. Misschien was dat nog wel het engste aan dit monster. Als ik er al niet mee om kon gaan… hoe moest het dan met mijn kinderen?

De jongerenwerkers hadden ‘hun jongeren’ meegenomen en lieten hen vertellen over games, over TikTok, over Instagram. Dat deden ze enthousiast en zonder gene. Ze zagen wel valkuilen, waren blij dat daar grenzen aan gesteld werden en het was fijn dat ze er met hun ouders over konden praten. Dat vooral!

Ik zag mezelf al zitten over een paar jaar: tot de tanden toe gewapend, het zwaard in de aanslag, klaar om het monster te verslaan dat op het punt stond mijn kind van me af te nemen. Zou dat het praten zijn, wat deze jongeren bedoelden?

Ineens drong het tot me door. Vooral toen de jongerenwerkers vrolijk adviseerden om een feestelijk moment te maken van de eerste mobiel. Dat monster van mij, dat was voor kinderen een grote vriend, misschien wel hun grootste. Zonder respect en oog voor het goede daarin, zouden ze mij nooit serieus gaan nemen.

Het was tijd om het monster recht in de ogen te kijken. Eerlijk, genuanceerd, zoekend naar en waarderend wat het mij en de kinderen brengt. En… misschien moest ik mijn wapens en harnas wegleggen. Zoals David deed. Hij had een ander Wapen.

Please follow and like us:

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.